De voorbereiding tot nu toe

Het duurt nog een dikke drie à drie-en-een-halve maand totdat ik naar Japan vertrek, maar die tijd is hard nodig omdat er nog veel geregeld moet worden. Vliegticket boeken en overnachting in Tōkyō zoeken, bijvoorbeeld, en ik wacht ook nog steeds op exacte informatie uit Nagasaki over huisvesting en dergelijke. Gelukkig is er ook al een hoop achter de rug. Tijd om wat licht te werpen op de voorbereidingen die tot nu toe zijn getroffen. Te beginnen bij de hamvraag: “Wáárom gaat die Rolf eigenlijk naar Japan?”

Ieder jaar mogen maximaal tien Nederlandse studenten Japanologie die hun tweede jaar zo goed als afgerond hebben, deelnemen aan het eenjarige “Nagasaki University Japanese Language Program for Exchange Students” (NUJALP) dat van oktober tot september loopt aan, je raadt het al, de universiteit van Nagasaki. Het aantal namen op de intekenlijst neemt de afgelopen paar jaar gestaag toe en kwam dit keer tussen de 30 en 40 eindelijk tot stilstand. Veel concurrentie dus, maar door de selectiecommissie zijn uiteindelijk tien mensen gekozen, waarvan ik er één ben.

Toen dat goede nieuws binnen was, begon gelijk de drukte. De zegen van de selectiecommissie in Leiden betekent niet automatisch de zegen van de selectiecommissie in Nagasaki, en hoewel het nog nooit is voorgekomen dat Nagasaki de door Leiden voorgedragen kandidaten weigert, moet er een hoop (digitale) inkt vloeien voordat ook zij hun goedkeuring geven. Ik zal proberen de procedure zo te beschrijven dat toekomstige NUJALP-kandidaten er misschien iets aan hebben.

Op 11 april kwamen we voor het eerst als groep bijeen voor een “briefing”: een stapel formulieren werd uitgedeeld en besproken, en we kregen te horen dat deze binnen iets meer dan twee weken volledig ingevuld en ingeleverd moesten zijn. Het formulier dat de meeste tijd en moeite vergde om op tijd klaar te krijgen, was de gezondheidsverklaring. We werden aangespoord om hiervoor zo snel mogelijk een afspraak te maken met onze huisarts, en dat bleek een verstandig advies: pas na een bezoek aan de huisarts voor een doorverwijzing naar het ziekenhuis, een bezoek aan het ziekenhuis voor röntgenfoto’s en een tweede bezoek aan de huisarts voor een oog-, hoor-, bloeddruk- en urinetest, had ik een papiertje in handen dat mijn gezondheid als “uitstekend” omschreef. Intussen was de deadline al een stuk dichterbij geslopen, en de stapel formulieren bestond nog uit een algemeen inschrijfformulier, een formulier dat nodig is voor visumaanvraag (het visum wordt aangevraagd door de universiteit van Nagasaki), een korte motivatiebrief en een bewijs van inschrijving aan de Universiteit Leiden (op te halen bij studentencentrum Plexus). Ten slotte moesten we vijf identieke pasfoto’s hebben. Wonder boven wonder had ieder van ons alles op tijd bij elkaar.

Daarna lag alles even stil in verband met de naderende tentamenweek, maar de afgelopen weken zijn we weer hard bezig geweest om formulieren in te vullen en essays te schrijven, ditmaal voor het letterenfonds. Er wordt momenteel een hoop bezuinigd binnen de faculteit der Letteren, dus het is nog even afwachten hoeveel geld we kunnen krijgen.

Vorige week kregen we eindelijk te horen dat de selectiecommissie in Nagasaki ons heeft goedgekeurd. Dit besluit gaat nu nog langs een hogere macht (bevestigde vooroordelen, #001: elke baas zijn baas heeft een baas), maar dat schijnt meer een formaliteit te zijn. Begin juli dienen zij een visumaanvraag in, zodat we het visum in augustus kunnen ophalen bij de Japanse ambassade in Den Haag.

Het beloofde land

Niets dan ruige, donkerblauwe golven zover het oog reikt, af en toe kalm, meestal wild en agressief. Plots, uit het niets, rijst een berg op, perfect symmetrisch, de top helder wit. Luid gejuich, een zucht van verlichting. Het beloofde land is bereikt.

Zo zouden de Hollandse scheepslieden van De Liefde hun aankomst in Japan ervaren kunnen hebben als zij in het jaar 1600 niet op het eiland Kyūshū hadden aangelegd. Mogelijkerwijs was hen dan ook nooit een handelspost voor de kust van Nagasaki toegewezen, was er geen band ontstaan tussen Nagasaki en Nederland, en stond ik, vierhonderdacht jaar later, niet op het punt die eerste Hollanders in Japan achterna te gaan.

Maar de Hollanders legden wel aan op Kyūshū, en ook ik vertrek over enkele maanden naar datzelfde eiland om een jaar te studeren in diezelfde stad: Nagasaki. Enkele verschillen: ik neem het vliegtuig, en begin mijn avontuur in Tōkyō. Die berg, perfect symmetrisch, de top helder wit, die krijg ik wel te zien.