Gunkanjima

Ongeveer 10 kilometer voor de kust van Nagasaki ligt een eiland anders dan alle andere eilanden ter wereld. Ooit was dit markante eiland, Gunkanjima, een belangrijke peiler van de Japanse economie. Onder het eiland lag namelijk één van de rijkste steenkolenaders van Japan. In 1890 kocht Mitsubishi het eiland en begon met de aanleg van een mijn. De mijnwerkers en hun families kwamen op het eiland wonen. Als gevolg hiervan werd Gunkanjima het dichts bevolkte gebied ter wereld. Op een oppervlak van slechts 6,3 hectare woonden in hoogtijdagen ruim 5.200 mensen.

In 1974 raakte de mijn uitgeput. Zodoende sloot Mitsubishi Gunkanjima en bracht alle inwoners terug naar het vaste land. Men nam mee wat men kon dragen, maar veel werd achter gelaten. Zo staan de flatgebouwen als een verlaten herinnering aan vergane tijden.

Gunkanjima
Flickr: kntrty [CC BY 2.0]

Overigens is Gunkanjima niet officiële naam van het eiland; eigenlijk is dat Hashima. Gunkan (軍艦) vertaalt als slagschip en shima / jima (島) betekent eiland. Slagschip-eiland dus. Een bijnaam die al snel gegeven werd toen men vanaf Nagasaki naar het eiland voer. Vanaf de juiste hoek komen de contouren namelijk verdraaid veel overeen met die van een slagschip.

Gunkanjima
Wikimedia: ふうけ [CC BY-SA 3.0]

Dat het eiland uniek is, heeft de UNESCO inmiddels ook erkent. Gunkanjima staat sinds 2015 op de Werelderfgoedlijst. Samen met een aantal andere locaties is hiermee de geschiedenis van de de industriële revolutie in Japan veilig gesteld.

Lijkt het je nou leuk, of interessant, of spannend, of… om eens een kijkje te nemen in de spookstad die Gunkanjima inmiddels is? Je komt er alleen als onderdeel van een georganiseerde tour. In Nagasaki zitten een aantal aanbieders van dit soort tours. Echter de enige aanbieder met een goed opgezette Engels-talige website is deze. Tours duren een dagdeel, waarbij de boottocht en een bezoek onder begeleiding inbegrepen zit. De verlaten flatgebouwen zijn ronduit indrukwekkend.

Kanji van het jaar 2011

Het karakter 絆 kizuna, dat ‘band’ of ‘binding’ betekent, is verkozen tot “Kanji van het jaar”, het karakter dat de gebeurtenissen van het afgelopen jaar het beste samenvat. Doordat velen na de kernramp in Fukushima opnieuw een ‘band’ met hun dierbaren en geliefden voelden, kreeg kizuna de meeste stemmen.

De “Kanji van het jaar” wordt jaarlijks bekendgemaakt door de stichting van het Japanse kanji-leesvaardigheidsexamen in Kyōto, die uit alle inzendingen één karakter kiest om het jaar uit te beelden. Dit jaar kende een record van 490.000 inzendingen, waarvan het karakter kizuna met meer dan 60.000 stemmen als de absolute winnaar werd gekozen. Op 12 december schreef hoofdpriester Seihan Mori het karakter in één beweging op een groot vel papier bij de Kiyomizu tempel in Kyōto.

Mensen die voor kizuna kozen, deden dat omdat zij door de ramp in Fukushima opnieuw het belang van een sterke band met familie en vrienden inzagen, en omdat de band tussen mensen vele slachtoffers van de ramp heeft gered. Andere redenen die werden genoemd, waren de voelbare band die het elftal Nadeshiko Japan naar de overwinning van het wereldkampioenschap damesvoetbal leidde, en de aandacht voor de band tussen mensen op sociale netwerksites, die werden ingezet als communicatiemiddel in het rampgebied en ten behoeve van de democratisering in het Midden-Oosten.

Hoofdpriester Seihan Mori sprak de wens uit om door middel van een sterke band de handen ineen te slaan en te streven naar wederopbouw in het rampgebied. Hij zei te hopen dat er volgend jaar weer een optimistisch karakter wordt gekozen.

Volgens de stichting stond het karakter 災 wazawai, ramp, dit jaar op de tweede plaats. Naast de aardbeving in Fukushima, werd dit karakter ook gekozen vanwege de tyfoon, en de aardbevingen en overstromingen in het buitenland. De derde plaats werd ingenomen door 震 shin, beving, en ook de andere karakters in de top tien hebben vrijwel allemaal direct of indirect te maken met de ramp in Fukushima.

De torii en de bom

Ingeklemd tussen enkele woningen en de kabels die de buurt van stroom voorzien, staat de rechterhelft van een stenen torii van het nabijgelegen Sannō heiligdom. De linkerhelft werd op 9 augustus 1945 verwoest door de atoombom die, nog geen kilometer noordelijker, op Nagasaki viel en een spoor van dood en verderf achterliet.

Een schoolklasje neemt even rust bij de torii om vervolgens koers te zetten richting het vredespark. “Want over drie weken,” vertelt de juffrouw aan haar leerlingen, “worden de slachtoffers van de bom daar herdacht.”

Terug in Nagasaki

Om kwart over twee ‘s middags — precies op tijd, hoe kan het ook anders — stap ik uit de Bombardier CRJ200 op het vliegveld van Nagasaki. Een klein vliegtuigje, maar ruim genoeg voor de twintig passagiers die vandaag vanuit Ōsaka meevlogen.

Het is heet op het vliegveld, en hoewel het even droog is, verraadt de vochtige lucht dat ik midden in het regenseizoen zit. Dat belooft wat.

Mito Kōmon: “Hollands schip!”

“Hollands schip!” (オランダ船, oranda-sen), roept acteur Gōda Masashi zichtbaar aangedaan wanneer hij bovenop één van de pakhuizen van het kunstmatige eilandje Dejima is geklommen en door een kijker schijnbaar over de baai van Nagasaki uitkijkt. Het moet twee keer over, dan staat het perfect op camera.

Maar vergeleken met 400 jaar geleden is de kustlijn anno 2008 een stuk opgeschoven, en het is in werkelijkheid geen tot aan de horizon reikende zee die Gōda ziet, maar groene, ronkende trammetjes die richting de halte van Tsukimachi rijden, en daarachter het overdekte winkelcentrum Hama-no-machi.

Sneeuw in Mogi

Dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn, blijkt als ik ‘s morgens door het zolderraam naar buiten kijk. Het is Mogi dat zich laat aanschouwen, een klein vissersplaatsje in het zuid-oosten van de stad Nagasaki, ingesloten tussen de bergen en de baai van Tachibana (橘湾, tachibana wan). In Mogi weet men bij elk gezicht nog de naam, en het aantal buitenlanders dat er verblijft is ten alle tijden op één hand te tellen. Momenteel zijn het er vier: de drie Chinese meisjes die in de plaatselijke fabriek werken en over wie menig verhaal de ronde gaat vanwege hun licht-arrogante gedrag -het zal het cultuurverschil zijn waar de Mogiërs aan moeten wennen- en ikzelf.

Maar het Mogi waar ik naar kijk, is een ander Mogi dan dat van gister of de dag daarvoor. De daken van de huizen om mij heen zijn wit, en in de tuin staat een kleine sneeuwpop bovenop een omgekeerd houten krat waarin gewoonlijk vis wordt vervoerd. Het sneeuwt.

De kracht van koffie

De Starbucks op wielen is een prachtige uitvinding, maar als het er echt op aankomt, gaat er niets boven de vertrouwde vestiging in Nagasaki’s Yume Saito (夢彩都, yume saito). Ook anno 2010 worden de zachte stoelen van het beroemde koffieketen bezet door een stel Nederlanders die, wanneer Vadertje Tijd het maar even toelaat, onder het genot van een warme of koude drank en een stijlvol Jazz-deuntje de zin van het leven en de smaak van cacao bespreken.

Sander kijkt guitig in de camera alsof hij wil zeggen, doe mij nog maar zo’n Dark Mocha Chip Frappuccino.

Starbucks op wielen

We leken als Nederlanders eindelijk onze achterstand op de rest van de wereld enigszins in te hebben gelopen met de Starbucks ketens die de laatste tijd langzaam maar zeker ook buiten Schiphol uit de grond komen zetten. Maar schijn bedriegt. Een rijdende Starbucks, dan draai je pas mee.

In het Yamashita park, niet ver van Minato Mirai, stond een Starbucks wagen geparkeerd om toeschouwers van de triatlon van Yokohama te voorzien van een heerlijke Frappuccino. En verdiend natuurlijk, want met temperaturen boven de dertig graden is zelfs het aanmoedigen van atleten topsport.

Minato matsuri, het havenfestival

Nagasaki stond dit weekend weer in het teken van het jaarlijkse havenfestival (港祭り, minato matsuri). Pyke en ik droegen voor de gelegenheid onze jimbei (甚平), Lena en Kana hadden hun yukata aan. Glynis, Matthias en Reiko waren er ook bij.

Het regende en we besloten, net als honderden anderen, te schuilen in winkelcentrum Yume Saito (夢彩都, yume saito). We zijn er tegenwoordig wel aan gewend af en toe te worden aangestaard, maar het was nooit eerder zo erg als nu. Japanse kinderen poogden de grens van hun dapperheid te overschrijden door zo dicht mogelijk in onze buurt te staan of tussen de “reuzen” door te lopen, scholieren schreeuwden enthousiast gedag en volwassenen tikten elkaar en wezen vervolgens op “die buitenlanders in Japanse kleding”.

En de Westerse toeristen keken al even vreemd op.