Sneeuw in Mogi

Dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn, blijkt als ik ‘s morgens door het zolderraam naar buiten kijk. Het is Mogi dat zich laat aanschouwen, een klein vissersplaatsje in het zuid-oosten van de stad Nagasaki, ingesloten tussen de bergen en de baai van Tachibana (橘湾, tachibana wan). In Mogi weet men bij elk gezicht nog de naam, en het aantal buitenlanders dat er verblijft is ten alle tijden op één hand te tellen. Momenteel zijn het er vier: de drie Chinese meisjes die in de plaatselijke fabriek werken en over wie menig verhaal de ronde gaat vanwege hun licht-arrogante gedrag -het zal het cultuurverschil zijn waar de Mogiërs aan moeten wennen- en ikzelf.

Maar het Mogi waar ik naar kijk, is een ander Mogi dan dat van gister of de dag daarvoor. De daken van de huizen om mij heen zijn wit, en in de tuin staat een kleine sneeuwpop bovenop een omgekeerd houten krat waarin gewoonlijk vis wordt vervoerd. Het sneeuwt.

De kracht van koffie

De Starbucks op wielen is een prachtige uitvinding, maar als het er echt op aankomt, gaat er niets boven de vertrouwde vestiging in Nagasaki’s Yume Saito (夢彩都, yume saito). Ook anno 2010 worden de zachte stoelen van het beroemde koffieketen bezet door een stel Nederlanders die, wanneer Vadertje Tijd het maar even toelaat, onder het genot van een warme of koude drank en een stijlvol Jazz-deuntje de zin van het leven en de smaak van cacao bespreken.

Sander kijkt guitig in de camera alsof hij wil zeggen, doe mij nog maar zo’n Dark Mocha Chip Frappuccino.

Starbucks op wielen

We leken als Nederlanders eindelijk onze achterstand op de rest van de wereld enigszins in te hebben gelopen met de Starbucks ketens die de laatste tijd langzaam maar zeker ook buiten Schiphol uit de grond komen zetten. Maar schijn bedriegt. Een rijdende Starbucks, dan draai je pas mee.

In het Yamashita park, niet ver van Minato Mirai, stond een Starbucks wagen geparkeerd om toeschouwers van de triatlon van Yokohama te voorzien van een heerlijke Frappuccino. En verdiend natuurlijk, want met temperaturen boven de dertig graden is zelfs het aanmoedigen van atleten topsport.

Minato matsuri, het havenfestival

Nagasaki stond dit weekend weer in het teken van het jaarlijkse havenfestival (港祭り, minato matsuri). Pyke en ik droegen voor de gelegenheid onze jimbei (甚平), Lena en Kana hadden hun yukata aan. Glynis, Matthias en Reiko waren er ook bij.

Het regende en we besloten, net als honderden anderen, te schuilen in winkelcentrum Yume Saito (夢彩都, yume saito). We zijn er tegenwoordig wel aan gewend af en toe te worden aangestaard, maar het was nooit eerder zo erg als nu. Japanse kinderen poogden de grens van hun dapperheid te overschrijden door zo dicht mogelijk in onze buurt te staan of tussen de “reuzen” door te lopen, scholieren schreeuwden enthousiast gedag en volwassenen tikten elkaar en wezen vervolgens op “die buitenlanders in Japanse kleding”.

En de Westerse toeristen keken al even vreemd op.

Zonsverduistering in Azië

De langste zonsverduistering van de eeuw. Met name het Aziatische vasteland zou kunnen genieten van dit natuurverschijnsel, maar ook op het Japanse eiland Yakushima werd een totale zonsverduistering verwacht. Hier in Nagasaki, zo’n 250 kilometer ten noorden van Yakushima, zou de zon voor ongeveer 90% achter de maan verdwijnen.

Vanaf half elf keken de mensen op straat af en toe naar boven. Of er al iets te zien was. Het viel een beetje tegen: het was de hele ochtend al bewolkt, de zon was sowieso niet te zien. Erg donker werd het, tegen alle verwachtingen in, ook niet.

Maar af en toe opende het wolkendek zich een beetje waardoor de zon, of het kleine streepje dat vanaf de aarde nog zichtbaar was, verscheen. Toch wel een bijzonder gezicht.

Nog een vlieger

Even verderop, nog net iets hoger, drijft een tweede vlieger op de golven van de wind. Een rode, met het Chinese karakter voor “draak” (龍, ryū).

De vlieger

Japanse en Nederlandse vlaggetjes vormen het design van de vlieger. Zo vind je ze alleen in Nagasaki, waar het rood-wit-blauw al in de 17de eeuw te zien was in de masten van de handelsschepen van de VOC en op het kunstmatige eilandje Dejima.

De vliegeraar

De vliegeraar geeft een ruk aan het touw. De vlieger, waarvan de Japanse en Nederlandse vlaggen het design vormen, komt direct los van de grond en stijgt in luttele seconden tot enorme hoogtes, onder het witte wolkendek maar boven de roofvogels die op zoek zijn naar hun prooi. Daar blijft de vlieger rustig zweven, uitkijkend over het hele park en de wijde omgeving.

De vliegeraar bindt het touw aan een stokje en prikt die in de grond. Dan gaat hij zitten, zijn rug en achterhoofd rustend tegen de stam van een nabije boom. Hij zet zijn hoed af, tuurt een ogenblik naar zijn eigen vlieger en sluit zijn ogen. Een ogenblik later klinkt het regelmatige geluid van zijn kalme ademhaling; de vliegeraar slaapt.

Mogi

Mogi (茂木, mogi) in het zuidoosten van Nagasaki. Het is slechts een gehucht, gemeten aan het aantal vierentwintig uur per dag geopende convenience stores (コンビニ, kombini) in de omgeving: nul. Wat maakt dat van Nederland, waar supermarkten al om acht uur sluiten..?

Mogi mag dan een gehucht zijn, de omgeving is prachtig. Beboste bergen aan de ene zijde, de zee aan de andere. Een klein vissersplaatsje is het, enigszins afgelegen van de grote stad maar prima bereikbaar via de tunnel die onder de Hollandse heuvel (オランダ坂, orandazaka) doorloopt.

Shimakaze (2)

Aan de achterzijde van de Shimakaze (しまかぜ, shimakaze) wappert de Japanse marinevlag die de rijzende zon voorstelt. Een sportfiets staat eenzaam aan de kade — is één van de mariniers hem vergeten?